De opdracht


Wijziging van eis is geen ‘aanvulling’

Van den Nieuwenhuyzen zo goed als vrij van ontnemingsmaatregel. Het OM zag haar eis van 111 miljoen verdampen naar 42. Maar ook die vordering lijkt nu van generlei waarde.
Spookvorderingen bleken gisteravond nog onderwerp van gesprek in het televisieprogramma ‘De Monitor’.
Steeds vaker blijkt dat deze louter nog te incasseren zijn door middel van intimidatie.
Maar zodra het voor de rechter komt, blijkt er niets meer af te dwingen.

De rechtbank te Rotterdam heeft de ontnemingsvordering ter waarde van 111 miljoen euro niet toegelaten. Ofschoon de aanklager haar initiële vordering na herziene schattingen mag bijstellen, is het optuigen van een vordering die steunt op een geheel nieuw feitencomplex niet toegelaten buiten de termijn van twee jaar na de einduitspraak in eerste aanleg.
De beschikbare ruimte in de ontnemingsbevoegdheid wordt volgens de rechtbank uitdrukkelijk beperkt in de Memorie van Toelichting,¹ waar de vorderingstermijn de rechtszekerheid dient te beschermen met niet ontvankelijkheid.
Zoals in Visserslatijn reeds is aangegeven, kan men hier niet spreken van ‘een aanvulling’ (van 69 miljoen) maar van aktevermeerdering.
Bovendien is in dat feitencomplex geen geld weggenomen, maar juist toegevoegd.

Nu de rechtbank onversneden heeft gesteld dat:
‘Aan de schatting een geheel nieuw feitencomplex ten grondslag is gelegd, (…) en het niet langer gaat om begunstiging van betrokkene vanuit het concern, maar om geld dat in het concern is gestopt (kort gezegd door het opnemen van kredieten die frauduleus zouden zijn verkregen), (…) leidt die berekening tot een geheel ander bedrag, en (…) laat het eens te meer zien dat het om een nieuwe vordering gaat,’ mogen wij als lezer aannemen dat hier (zoals behandeld in de vorige post) niet de ‘nieuwe’ ontnemingsversie van 2016 wordt toegepast, omdat volgens de rechtbank:
‘..de officier van justitie in de nieuwe schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel (…) de bewezen verklaarde omkoping als basis heeft genomen, terwijl die basis eerder bestond uit drie gevallen van faillissementsfraude.’

Deze motivering verraadt dat de ontneming zich niet alleen hoort te richten op een strafbaar feit, of soortgelijke feiten, waarop de oorspronkelijke ontnemingsvordering, maar ook het SFO (strafrechtelijk financieel onderzoek) zich heeft gericht. En die richtte zich op ‘drie gevallen van faillissementsfraude’.
Ook SFO’s hebben kaders.
Nu het containerbegrip faillissementsfraude niet woordelijk in het Wetboek van Strafrecht voorkomt, maar wordt bepaald in benadeling van schuldeisers of rechthebbenden in art. 340-347 Sr, kunnen we niet zonder meer spreken van een soortgelijk feit nu de betrokkene is veroordeeld voor 177 en 225 Sr. Die staan voor omkoping van een ambtenaar en voor valsheid in geschrifte, en beschermen dus niet vanzelfsprekend hetzelfde rechtsbelang.

Concreet hetzelfde rechtsbelang

In de vorige verslagen heb ik u uiteen gezet dat vrijspraak voor faillissementsfraude de betrokkene niet per definitie zuivert van een geslaagde ontnemingsmaatregel. Langs een andere veroordeling kan voordeel uit soortgelijke feiten aannemelijk worden gemaakt, zolang deze hetzelfde rechtsbelang beschermen.
Gaat het om een bedrogsdelict, dan zijn andere bedrogsdelicten, ‘(…) met inbegrip van valsheid in geschrifte’² soortgelijke feiten.
Echter moet het steundelict volgens de wetgever ‘(…) hetzelfde concreet te beschermen rechtsbelang hebben aangetast. Zelfs met verschillende strafbepalingen binnen dezelfde titel van het Wetboek van Strafrecht hoeft dat nog niet het geval te zijn.’

Nu de term valsheid in geschrifte en bedrieglijke bankbreuk beiden het karakter van een vergissing ontberen, wil dat uiteraard nog niet zeggen dat deze met opzettelijke intentie (bedrog) zijn begaan, maar ze hebben de schijn wel degelijk tegen.
Voer voor juristen bij de Hoge Raad.

Criminal lifestyle

Zoals u in de post Intrum Justitia heeft kunnen lezen, vindt de oorsprong en het bijzondere (reparatoire) karakter van de ontnemingswetgeving haar voorbeeld in het Verenigd Koninkrijk, waar de ‘criminal lifestyle’ van de betrokkene het afpakken van voordeel uit feiten waar hij niet voor is veroordeeld kan rechtvaardigen.
De vraag is dan wanneer, en bij hoeveel bewezenverklaarde misdrijven men van een criminal lifestyle kan spreken?
De gemiddelde drugsbaas in een afpak-procedure zal een aardig lijstje wettelijke misdrijven hebben begaan.
Schending van de Opiumwet, Belastingwet, Wapenwet en milieuwetten zijn doorgaans met eenvoudige middelen te bewijzen, en meestal al ruim voorafgaand aan de grote (contant geld- en) drugsvangst begaan. Men kan in zulke zaken rustig aannemen dat de betrokkene stelselmatig de kluit belazerde, en dat zijn witgewassen vastgoed of andere vermogensbestanddelen niet anders dan door misdrijven is gefinancierd.

Geld toegevoegd

Maar hoe zit dat als de betrokkene slechts geld heeft geleend? Om honderden gezinnen aan het werk te kunnen houden, en industrieel erfgoed te behouden van roemloze ondergang?
De rechtbank was onverkort in haar dictum, en liet weten dat; “(…) het niet langer gaat om begunstiging van betrokkene vanuit het concern, maar om geld dat in het concern is gestopt..”

En wat als de betrokkene uit eigen zak (i.c. privé-rekening) juist geld heeft betaald aan een havenbaas die vanwege weglating van de garantstelling uit het jaarverslag op non-actief is gesteld nadat de banken de garanties wilden aanspreken, en door strafrechtelijk onderzoek beslag gelegd ziet worden op zijn pensioen? Een zakenrelatie die borg heeft gestaan, en voor zijn pragmatische oplossingen straffen tegemoet zal zien?
Levert een verhulde schadeloosstelling aan de getroffen feitelijke borgverstrekker uit eigen zak enig voordeel op, indien alle zakelijke investeringen die met de bestreden leningen zijn gefinancierd, aan de formele garantieverstrekker (HbR) zijn overgedragen?

Of is – in het geval van valsheid in geschrifte – één administratieve kunstgreep (antedatering) om de vereiste startbalansen met elkaar overeen te laten stemmen (teneinde de investeringen terug te brengen als vuistpand bij de borg) voldoende om te spreken van een crimineel bedrijfsmodel?
Dit zijn vragen die het ons OM ongemeen moeilijk zullen gaan maken, en vooralsnog weinig succes zal opleveren.
Slechts wanneer veroordeling voor faillissementsfraude haar doorgang vindt, zal ontneming van WVV (wederrechtelijk verkregen voordeel) voortzetting ervan kunnen rechtvaardigen, maar dat wil nog niet zeggen dat er ook werkelijk WVV is behaald.

Hoge Raad

Daarvoor dienen we eerst de uitspraak van de Hoge Raad af te wachten, en die zal bovendien (ook al is nog niet bekend welk middel Justitie heeft aangeleverd) helaas niet over de inhoud (de behandeling) van het arrest gaan. Deze kan hooguit een formele onjuistheid (juridische handelingsvoorschriften bijvoorbeeld) rechtzetten, of een gebrek in de motivering van het Hof beoordelen. Een interpretatie kan getoetst worden. Verder reikt de bevoegdheid van de Hoge Raad niet.
Uiteraard kan bij een geslaagde motiveringsklacht de interpretatie van een regel (of juist verzuim van motivering) ertoe leiden dat het Hof (of een ander Hof) dit alsnog moet doen, maar dat wil niet altijd zeggen dat dit tot een totaal ander oordeel zal leiden.
De kans is klein dat vrijspraak in veroordeling zal wijzigen.

Nu vraagt de gemiddelde krantenlezer zich af: Waarom zit Justitie dan zo lang achter hem aan, en: Die enorme bedragen komen toch zeker niet uit de lucht vallen?

Nu, daar valt een en ander van te verklaren. In dertig procent van de meeste faillissementen (rechtspersonen) wordt er volgens de curatoren fraude waargenomen. Daar horen zij dan ook aangifte bij de politie van te doen. Al is het maar om bijvoorbeeld kennelijk onbehoorlijk bestuur strafrechtelijk te kunnen treffen, en de bestuurder(s) persoonlijk aansprakelijk te stellen. Op grond van 2:248 jo. 2:138 BW kan de curator ook de Minister van Justitie om een voorschot verzoeken voor een voorafgaand onderzoek naar de mogelijkheid om de bestuurder ex artikel 2:248 BW of artikel 2:9 BW aansprakelijk te stellen.
Omdat er in de meeste gevallen echter niets met de aangiftes wordt gedaan, zijn curatoren ontmoedigd dit desondanks nog te blijven doen.
Bovendien worden de meeste fraude-faillissementen goed als leeg achtergelaten, of gaat het doorgaans om lege bv’s, wat steevast resulteert in opheffing wegens gebrek aan baten, waarmee de curator zijn onderzoek (naar het geldspoor) zal moeten stoppen, of zelfs niet eens kan aanvangen, omdat hij (of zij) er eenvoudig geen euro voor vergoed krijgt.
De curator moet immers betaald worden uit de boedel.
Bovendien doet politie niets met fraude. Dat doet de FIOD. Maar voor de aangifte moet men bij de politie zijn. Die moet bij de FIOD een melding doen. Kan je zelf ook.
De FIOD beslist of het bij de OvJ moet worden neergelegd. Maar de FIOD heeft nog meer te doen. Belastingen, Toeslagen en uitkeringen houden de dienst behoorlijk bezig. Iedere burger fraudeert. Zijn ze zichzelf niet eens van bewust.

De opdracht

Toch heeft het OM een jaarlijkse opdracht liggen, die er niet om liegt; Het Openbaar Ministerie heeft in 2015 een recordbedrag van €143.576.295 afgepakt van criminelen en van bedrijven. Van dit bedrag was 61 miljoen afkomstig van SBM offshore, die in 2014 reeds 56 miljoen betaalde, en nu nog 83 miljoen schuldig is, waarop zij overigens nog 40 miljoen aan boete moet afstaan.
Maar ook mannen als John Deuss zijn interessant om de pluk-ze maatregel op toe te passen. Goed voor 34,5 miljoen in 2013. Jan Dirk Paarlberg was goed voor 25,7 miljoen aan ontneming.
Door de vangst van zulke grote vissen is de lat voor komend jaar nog hoger gelegd dan het record van 143 miljoen. Dat is een hele opgave. Helaas kan de 70 miljoen die Rabobank moest betalen voor het aandeel in de Libor-fraude niet meegenomen worden in de pluk-ze cijfers, want dat betrof een boete.
Dat zijn verschillende balansposten.
Na deze uitspraak is de voorziening overigens met nog eens 69 miljoen geslonken. Van 111 naar 42 miljoen.
De waarde van die restvordering is te verwaarlozen vanwege de ondeugdelijke kwaliteit. Er is dus nog veel geld op te halen om de doelstellingen te halen voor Justitie.
Die schraap je niet bij elkaar met behoeftige faillissementsfraudeurs van een paar ton of slechts een paar miljoen euro.
Bergen werk voor wisselgeld.
Men heeft het geprobeerd bij Erik de Vlieger. Langs een twijfelachtige aangifte wegens afpersing kregen de opsporingsdiensten 4,5 jaar lang toegang tot de administratie van 180 bedrijven.
De Vlieger heeft, net als van den Nieuwenhuyzen tientallen miljoenen aan activa moeten afstoten, en werd tot paria gekroond.
Tevergeefs. De vlieger ging niet op. Ondernemen is geen misdrijf.
Het zal niet lang meer duren voordat de campagne zich richt op bijvoorbeeld Roger Lips. De vastgoedontwikkelaar is zijn eigen faillissement ontvlucht naar Dubai, en heeft zich niet beschikbaar gehouden voor de curator.
Daarvoor kun je vastgezet worden, en Roger weet dat bij miljoenenverliezen van 100+ voor banken, je geplukt kan worden door Justitie.

Allemaal boeven

Voor de krantenlezer zijn het allemaal boeven. Want kranten en journalistieke websites publiceren gewoon wat persofficier te melden heeft. Maar wanneer wij als lezer louter af zouden gaan op veronderstellingen van Justitie, zou iedereen die ooit is aangeklaagd per definitie schuldig zijn.

Toch heeft juist van den Nieuwenhuyzen, die al sinds de HCS affaire vanaf 1991 door het OM aan de schandpaal wordt genageld, nog altijd het volste vertrouwen in de Nederlandse rechtspraak.
De krantenlezer daarentegen, die later teleurgesteld moet vernemen dat de boef is gezuiverd van fraude, zegt nu juist geen vertrouwen in het rechtssysteem meer te hebben.

Het is de wereld op zijn kop.

In klassieke spionagefilms zit de moordenaar altijd achter een omhooggehouden krant.
Amerikaanse opsporingsdiensten wisten het al.

De meeste moordenaars zijn krantenlezers.


De oorspronkelijke ontneming wordt voor zover deze samenhangt met het beweerde wederrechtelijk verkregen voordeel uit faillissementsfraude voor onbepaalde tijd aangehouden tot na de uitspraak van de Hoge Raad op  het arrest van het gerechtshof Den Haag van 30 juni 2015.

De pluk-poging in de Havenzaak lijkt goed als kansloos.


Voetnoten:

¹  Tweede Kamer, vergaderjaar 1989-1990, 21 504, nr. 3, pagina 36

²  Handleiding Ontnemingswetgeving 2003H003


 

DSCF9251-2

Intrum Justitia


Ontneming Anno 2016

De ontnemingsvordering die Joep van den Nieuwenhuyzen dit jaar ten laste wordt gelegd, is per 1 januari dit jaar inhoudelijk een stuk veranderd. Eerst werd de Aanwijzing Ontneming van 2003/2013 vervangen door de Aanwijzing Afpakken van 2014¹.
Na een wetsvoorstel uit eind 2009 is dit jaar ook de ontnemingsmaatregel aangescherpt.
Het onderliggende wetsartikel heeft nu een aantal veranderingen ondergaan.

Weggelaten

Zoals ik eerder besproken heb, bepaalde het tweede lid van Art. 36e Sr. dat voor een geslaagde ontnemingsmaatregel de veroordeling voor het begane misdrijf een boete van de 5e cat. moet kunnen opleveren.
Die regel is nu weggelaten.
Dat verandert de zaak van Joep niet, aangezien hij tenslotte is veroordeeld voor een misdrijf (omkoping en valse overeenkomst) die bovendien werd bedreigd met de 5e categorie.
In het derde lid van 36e Sr. werd bovendien nog vooropgesteld dat tegen de betrokkene een SFO (Strafrechtelijk Financieel Onderzoek) werd ingesteld.
Die regel is ook weggelaten.
Dat verandert deze casus niets. Van den Nieuwenhuyzen heeft acht jaar lang een SFO gehad. Dat speelt dus geen rol meer.

Common Law

Wat in zijn geval wel verandert, is de nieuwe bepaling in lid 3 van dat artikel;
Art. 36e lid 3 (onder a en b) bepaalt (zoals voorheen in lid 2) dat bij veroordeling van een misdrijf dat bedreigd wordt met een geldboete van de 5e categorie, alle uitgaven en verworven voorwerpen van zes jaar voorafgaand aan het gepleegde misdrijf WVV (wederrechtelijk verkregen voordeel) opleveren, indien dit aannemelijk is gemaakt.
Zelfs voor vermogen dat uit andere strafbare feiten verworven zou zijn.

Hier wordt het interessant;
Geïnspireerd door het ontnemingsrecht uit het Verenigd Koninkrijk, waar de betrokkene, ingeval hij er een ‘criminal lifestyle’ op nahoudt, wordt verplicht om inzicht te verschaffen in de herkomst van zijn vermogen, omdat alle inkomsten uit de voorafgaande zes jaar worden geacht afkomstig te zijn, of in verband staan met de criminele feiten waarvoor hij is veroordeeld. De toevoeging ‘…of andere strafbare feiten’ in lid 3 kan hier gelezen worden als een vertaling van de Engelse term ‘criminal lifestyle’ uit de Common Law.

Zes jaar

De zes jaar-regel die hier is toegevoegd, bepaalt dat alle uitgaven en verworven voorwerpen in de zes jaar voorafgaand aan het plegen van dat (5e cat.) misdrijf voordeel hebben opgeleverd.
Nu zal het OM in de huidige ontnemingsvordering hier (vooralsnog) geen beroep op doen. Immers wordt de betrokkene (v.d. Nieuwenhuyzen) verweten langs zijn firma’s wederrechtelijk verkregen voordeel te hebben genoten van alle leningen die hij op basis van de bestreden garanties kon dekken, waarop hij de kredieten kon trekken.
De afspraak was ‘…twee jaar trekken – drie jaar aflossen’, dus het voordeel van de genoten leningen ligt zeker niet voorafgaand aan het gepleegde feit, maar juist daarna.
Goed beschouwd liggen beide vermeende voordeel-scenario’s (Deel I en Deel II in het verzoekschrift: Voordeel uit resp. herfinanciering en voordeel uit leningen) pas na de garantie- verstrekking, die het OM hier kennelijk houdt voor een misdrijf, nu de omkoping van Scholten volgens het Hof is bewezen. Toch was hij wel bevoegd deze te verstrekken.

De halve vermogensvergelijking

De zes jaar-regel zal het OM helaas weinig opleveren. Maar zoals u wellicht kent van Justitie, zou het wel een processuele prikkel op kunnen leveren als onderhandelingsmiddel.
Bijvoorbeeld ten behoeve van een gunstige schikking.
Justitie maakt graag deals.
Stel je voor dat de betrokkene van zes jaar voorafgaand aan het gepleegde feit van elke gestelde vermogenstoename moet aantonen dat die uit legitieme inkomsten zijn verworven. Dat zijn er nogal wat geweest, en bovendien spreken wij hier van bijna twintig jaar geleden!
De vermogensvergelijking in deze regel is niet nader uitgelegd, wat betekent dat tegen elke gestelde verrijking een legitieme verklaring wordt verlangd. Want ook indien het niet meer te achterhalen, of onduidelijk is of een vermogenstoename legaal was, mag deze als WVV worden beschouwd; Het Europese Hof voor de Rechten van de Mens in Straßbourg achtte deze benadering (de halve vermogensvergelijking) niet in strijd met de onschuld-presumtie². Dit betekent dat men niet eerst hoeft te bewijzen dat de bestreden vermogenstoenames vals zijn.
In dat geval een akelig vooruitzicht voor Joep.

Overgangsrecht

Nu zullen deze splinternieuwe veranderingen in art 36e Sr geen volledige werking op van den Nieuwenhuyzen kunnen hebben, nu de ontnemingsprocedure is aangespannen in 2015, en bovendien de feiten nog veel eerder zijn gepleegd. De ‘ontnemingswet’ dateert van 1 maart 1993, waarna zij per 8 mei 2003 is gewijzigd en in werking getreden per 1 september 2003. De veroordeelde asset-overeenkomst dateert van einde zomer 2004, en de omkoping van januari en november 2002. De garantieverstrekkingen, maar ook de herfinanciering (overname van 40 miljoen aan vorderingen voor €1) zijn ieder weer op andere tijdstippen gepleegd. Dat wordt een hele puzzel.
Bij strafrechtelijke (materiële) wetsveranderingen ten nadele van de verdachte geldt het verbod van terugwerkende kracht.
Bij strafrechtelijke wijzigingen ten voordele van de verdachte gaan de nieuwe regels enkel terug tot het delictsmoment, indien er sprake is van veranderd inzicht bij de wetgever.
Alle strafvorderlijke (formele) wetsregels van na 2011 echter, gaan wel onmiddellijk in.

Het OM heeft zich in de kwestie van het overgangsrecht bij de Wet verruiming voordeelontneming aanvankelijk nog op het standpunt³ gesteld dat eerst beoordeeld dient te worden of de wetgever van inzicht is veranderd in de strafwaardigheid, en dan pas of deze nadelig is voor de verdachte.
Deze redenering zou ertoe leiden dat alle wijzigingen (ook de nadelige) die niet van een gewijzigd inzicht getuigen, dus direct van toepassing zijn.
Overgangsrecht is complexe materie.

Beoordeling

Gelukkig hoeven partijen zich daar voorlopig geen hoofdbrekens op te halen, nu eerst beoordeeld dient te worden of de maatregel mag worden toegepast op de niet-bewezen faillissementsfraude, en/of zij zelfs kan worden toegepast langs de omkoping (de OvJ spreekt liever van ‘corruptie’) die steunt op Deel II van de ontnemingsvordering.

Subsidiair zal moeten worden beoordeeld of de rechtbank de uitspraak van de Hoge Raad moet afwachten in deze twee kwesties. De één behandelt een vrijspraak, de ander een veroordeling. Het kan nog alle kanten op.

Dan is er nog de veroordeling voor antedatering van de asset-overeenkomst. Ook 5e categorie, dus langs de oude wetsregel vatbaar voor ontneming.
Echter was hier ‘slechts’ 18 miljoen mee gemoeid, en zal er geschat moeten worden hoeveel voordeel er behaald is met het verzetten van die datum. In dit geval is die rechtshandeling (verkoop van assets) door de getroffen boedel reeds vernietigd, en is haar nadeel bovendien reeds tegen finale kwijting afgekocht.
Voor een miljoen of zeven.
Door de betrokkene zelf.

Van den Nieuwenhuyzen kàn het dus moeilijk krijgen in deze zaak. Voor het Openbaar Ministerie zal het daarentegen ook niet gemakkelijk worden. Er valt heel wat te beoordelen voordat er aan een raming begonnen kan worden. Mits de rechtbank de zaak zal willen aanhouden, uiteraard.

Samenloop

De strijd zal er niet minder spannend om worden. En misschien zelfs interessanter; Er zijn voor de volgers van deze casus saillante vragen te beantwoorden, zoals;
Hoe kan er WVV ontnomen worden uit transacties waar in faillissements- en civiele procedures al schikkingen zijn getroffen?
Justitie zal ook op een schikking aan willen sturen, maar kan dat tweemaal op hetzelfde feit?

En; Hoe kunnen de RDM-firma’s voordeel behaald hebben uit verliezen? Kredietverliezen die door de civiele rechtspraak ten dele aan de getroffen banken zelf wordt verweten?
Barclays heeft voor haar vordering van 19 miljoen in 2006 een schikking moeten treffen met het Havenbedrijf van €0,00. Voor haar vordering van 49 miljoen heeft zij in 2009 bakzeil gehaald bij de Gemeente Rotterdam, omdat zij volgens het Hof zelf niet voldeed aan haar onderzoeksplicht.

Residex Capital kan haar onbetaalde vordering van 20 miljoen op het havenbedrijf (MD Helicopters) nog moeilijk verhalen, vanwege verboden staatssteun. Bovendien oordeelde de Hoge Raad in 2013 dat het Gerechtshof eerst nog dient te beoordelen of ook Residex langs SP-Aerospace als begunstigde van de garanties moet worden aangemerkt.
Die beoordeling zal moeten vertrekken vanaf het moment dat de garanties werden verstrekt, en niet vanaf het moment waar deze werden ingeroepen.

De Commerz-bank zag haar vordering van 20 miljoen nog medio 2014 terugverwezen worden van Het Europese Hof van Justitie naar de Hoge Raad.

Verzekeringsbank Atradius (NCM) heeft de 32 miljoen van het Fennek-project (Arge) terugbetaald aan Defensie, maar voor de bestreden 18 miljoen is reeds, zoals boven beschreven, geschikt. De rest van het krediet is over gegaan met de nieuwe Duits-Nederlandse constructie.

Tot het gaatje

Kommer en kwel dus voor die getroffen banken. Er is er nog niet een die haar nadeel mag vorderen.
De OvJ is er voor het publieke belang en de openbare orde. Om het recht te herstellen.
Als het geschonden recht dan grotendeels al elders in de rechtspraak is hersteld, voor welk belang strijdt het OM dan nog altijd? De miljoenen waar zij van spreekt bestaan uitsluitend uit verdampte kredieten.
Van zakenbanken.
Die nog niet zomaar hun geld mogen opeisen.
Systeembanken werden met belastinggeld gered, en zijn hier niet bij betrokken.
Maar wat als er straks zeg, 100 miljoen buit gemaakt wordt door Justitie?
Willen die beschadigde zakenbanken dan geen deel van de opbrengst hebben? Het is, of was, tenslotte hun geld.

Laat Justitie zich hier voor duur incassobureau inspannen?
Haar naamgenote, het incassobedrijf met de naam Intrum Justitia, staat ironisch genoeg alom bekend om inning van reeds betaalde, of niet meer afdwingbare vorderingen van cliënten.

Die gaan tot het gaatje, is de ervaring.

Merkwaardig.

 

 

 

voetnoten:


¹ Deze zien toe op alle beslag- en uitwinningsvormen en formaliteiten, maar ook op uitvoering van bijvoorbeeld Strafrechtelijk Financieel Onderzoek en benadeelde derden.

² (Van Offeren v. the Netherlands) EHRM 5 juli 2005, appl.nr. 19581/04

³ C.J. Zweers en H.G. Punt Overgangsrecht bij de wetswijziging per 1 juli 2011, BOOM-nieuws juli 2011 nr. 61 pag 7-12, Hof Leeuwarden 18 oktober 2011 standpunt van de A-G LJN BU1645

Visserslatijn


Eerste zitting Ontnemingsmaatregel van dan Nieuwenhuyzen

Opvallend aan de zitting van 31 maart, en aan de verslaggeving van media (“…Nieuwenhuyzen moet 111 miljoen terug betalen…”) was dat Justitie nog steeds op geld jaagt dat van banken is geleend. Naar mijn mening (en ongetwijfeld die van velen onder u) zijn banken daar prima zelf toe in staat. 

Dat de gestelde verrijking van 42 miljoen moeilijk stand hield, heb ik u al eerder uiteen gezet. Evenals de benadeling die het Havenbedrijf aan zichzelf te danken had.
Wat mij bezighoudt als volger van deze kwestie, is waarom er geen woord besteed wordt aan de helft van 11,4 en 6,8 miljoen van de 26 miljoen voorschot (Arge) van de Staat aan het Fennek-project van SP, die na faillissement, vernietiging en schikkingen bij RDM Holding zouden zijn achtergebleven? Uiteraard zijn daar oorspronkelijk assets voor overgedragen, waarop van den Nieuwenhuyzen tweemaal een kwart van dat deficit heeft moeten vergoeden, en heeft hij zich hiervoor nogmaals succesvol verdedigd in de openbare behandeling, maar àls de Nederlandse overheid iets te vorderen heeft uit wederrechtelijk verkregen voordeel, is dat (hoe gering ook) de enige onbeantwoorde kwestie.
Dat was namelijk geld van de belastingbetaler.
Helaas houdt zowel het OM als de pers zich enkel bezig met leningen. Bij de bank. Die bovendien met zekerheidstellingen waren gewaarborgd.

Formeel

Afgelopen donderdag dieselde de havenzaak nog even heftig na. Zoals reeds eerder uiteengezet, heeft Justitie nog een ontnemingsvordering aangehouden, waarop na bijna een half jaar sinds uitspraak het SFO (Strafrechtelijk Financieel Onderzoek) pas is gesloten.

Zoals eerder beschreven in ‘De jacht op het verdampte geld’ heeft de ontnemingsmaatregel niet alleen materieel, maar vooral formeel haar eigen dynamiek; De betrokkene (men spreekt in een ontnemingsprocedure namelijk niet van een verdachte) dient wederrechtelijk verkregen voordeel te hebben genoten uit één van de tenlastegelegde feiten die een geldboete van tenminste de 5e categorie hadden kunnen opleveren, maar behoeft daaraan niet schuldig te zijn bevonden.
De betrokkene kan ook een ontnemingsmaatregel tegemoet zien wanneer hij is veroordeeld voor een misdrijf die een geldboete van de 5e categorie kan opleveren, maar wederrechtelijk verkregen voordeel heeft genoten uit andere tenlastegelegde feiten dan waarvoor hij is veroordeeld, en die hetzelfde rechtsbelang beschermen als het gronddelict.
Hiervoor is echter wel vereist dat er een SFO is ingesteld, en dat uit dat SFO aannemelijk is geworden dat andere soortgelijke feiten er op enigerlei wijze toe hebben geleid dat betrokkene wederrechtelijk voordeel heeft verkregen (art. 36e lid 3 Sr).
In deze (tweede) constellatie is het dan zelfs niet vereist dat de betrokkene bij deze (andere) feiten zèlf betrokken is geweest.

Bewijs

Ook het begrip bewijs krijgt in de ontnemingsprocedure haar eigen dynamiek, en is niet gebonden aan de bewijsminima uit het Wetboek van Strafvordering (Sv);
Uit het SFO moet ‘voldoende aannemelijk’ zijn geworden dat betrokkene wederrechtelijk verkregen voordeel (WVV) heeft verkregen.
Er zijn voor het OM twee onderdelen te bewijzen;
1) Of er sprake is van een strafbaar feit dat WVV heeft opgelevd;
2) Bewijs voor de schatting en de omvang van dat voordeel.

De bewijslast wordt hier echter op redelijke en billijke wijze verdeeld tussen aanklager en betrokkene. Deze zal, om de schatting aan te kunnen vechten, met een aannemelijke verklaring moeten komen, en dat hoeft dus niet te gaan om bewijs als in wettelijk bewijs;
Het brengen van twijfel kan voldoende zijn om het vermoeden op te heffen.

De termen zijn dus minder strikt dan bedoeld in wettig en overtuigend bewijs als in 338 Sv.
Men zou het kunnen vergelijken met het civiele bewijsrecht. ‘Voldoende aanwijzingen’ vereist sterker bewijs dan ‘aannemelijkheid’. Door het loslaten van de vereisten in 338Sv en de vergelijking met het civiele bewijsrecht (volgens de Handleiding Ontnemingswetgeving II) is de rechtbank vrij om op grond van de feiten en omstandigheden de aannemelijkheid te toetsen in de zin dat daar voldoende aanwijzingen voor zijn, ook al ontbreekt een sluitend bewijs.
De schatting van de omvang van het voordeel is echter gehouden aan het aannemelijkheidscriteruim.

Aktevermeerdering

En nu zijn we dus – plat gezegd – waar wij als lezer wezen willen; Waar komt nu ineens die 111 miljoen euro vandaan? Eerst was het 42 miljoen. De pers beweert nog steeds dat er 183 miljoen is getrokken op de garanties van Willem Scholten.
Dit heeft alles te maken met die gedeelde bewijslast, waarbij het aan de verdediging is om aannemelijk te maken (of twijfel te zaaien) welke bedragen van de totale som niet kloppen. Er wordt dus bij elke verklaring of betaalbewijs weer een bedrag in mindering gebracht op de hoofdsom. In dit geval had Justitie dat al hier en daar gedaan; 17,5 miljoen hier, 20 daar, en 7 miljoen elders in mindering gebracht. De rest is aan de verdediging om af te strepen.

Dat het verkregen voordeel plotsklaps 111 miljoen zou bedragen in plaats van de altijd beweerde 42 miljoen, was voor van den Nieuwenhuyzen ook een novum. En dat heeft alles te maken met de vrijspraak wat betreft de faillissementsfraude. Dat van den Nieuwenhuyzen als onderdeel van de herfinanciering in 2004 zo’n 42 miljoen aan vorderingen uit de later gefailleerde ondernemingen aan Elite Holding heeft overgedragen, zal onvoldoende aannemelijkheid opleveren nu tijdens het hoger beroep al uitvoerig is aangetoond en uitgelegd dat daar tegenover ook alle schulden voor €1 zijn overgenomen. In ‘Havenbedrijf benadeelde zichzelf’ (benadeling per saldo) heb ik u reeds geschetst hoe die vorderingen te waarderen;

text4162

Dat een aanmerkelijk deel van de overgenomen vorderingen op noodlijdende vennootschappen een aanzienlijk lagere waarde vertegenwoordigden, maakt niet dat de overgenomen schulden óók minder waard zijn. De meeste schulden waren aan de bank. En gezekerd bovendien.

Nu de betrokkene bovendien is vrijgesproken voor de faillissementsfraude, en deze in appèl uitvoerig is weersproken, is de kans op een geslaagde ontneming aanmerkelijk kleiner geworden.
Daarom heeft Justitie de veroordeling tot omkoping, die aanvankelijk een bijvangst opleverde uit het SFO, (dat zich op faillissementsfraude en valsheid in geschrifte richtte) aangegrepen om de ontneming nog een beetje op te voeren; Omdat de verkregen bankgaranties van het havenbedrijf voort lijken te vloeien uit omkoping van Willem Scholten, zijn deze volgens de aanklager langs corruptie verkregen, en schijnen de leningen die daarop zijn ‘getrokken’ dus valselijk verkregen. Met aftrek van de in mindering gebrachte bedragen zou het voordeel (WVV) bij elkaar 111 miljoen geweest zijn.

Joep vraagt zich hardop af of leningen tegenwoordig giften zijn geworden, want leningen (en toch zeker die bij de bank) dienen toch ècht terug betaald te worden!

De rechtbank stelt verwonderd vast dat de hoogte van de ontneming nu met factor 2,5 is vergroot.

Nu wordt het formeel iets ingewikkelder.
De ontnemingsvordering is volgens de OvJ tweeledig; Het bestaat uit Deel I en Deel II. Het ene deel ziet toe op de verrijking uit de faillissementsfraude, en het andere uit corruptie.
De OvJ spreekt van een ‘bijgesteld bedrag’.
Wij spreken eerder van aktevermeerdering. Twee verschillende dingen.
“De 42 miljoen-vordering maakt deel uit van de 111 miljoen- schatting,” is haar antwoord.

Cassatie

Nu het arrest van de corruptie ter beoordeling ligt bij de Hoge Raad, en gezien de termijn er zeer binnenkort uitspraak verwacht wordt, dient deze wellicht nog even aangehouden te worden? Want indien de cassatiemiddelen slagen, en de zaak terugverwezen wordt naar het Hof, zijn wij hier voorlopig voor Piet Snot bezig.

Nu de verdediging van van den Nieuwenhuyzen voor beide benaderingen met de excepties zal moeten aanvangen, vraagt deze de rechtbank of hij de n-o (niet-ontvankelijkheid) voor beide visies moet verzoeken, of voorlopig voor slechts de eerste?
Op de vaststelling van de rechter dat ondanks de vrijspraak voor faillissementsfraude de vordering is gestegen van 42 miljoen naar 111 miljoen, gaat advocaat de Swart nog even door: “Nu blijkt dat na vrijspraak in tweede instantie de vordering alleen nog maar groter is geworden, dan toen hij nog was veroordeeld, zou het voor de betrokkene veel geld besparen indien hij alsnog schuldig pleit voor faillissementsfraude.”

Een fraaie vergelijking, maar zo zal de rechtbank dat helaas niet zien.
Ten eerste is een veroordeling van het feit waaruit hij voordeel heeft verkregen niet vereist. Het behoeft zelfs niet wettelijk bewezen. Het feit dat betrokkene toevallig is veroordeeld wegens omkoping met een geldboete uit de 5e categorie maakt dat hij langs deze straf voordeel kan hebben gehad uit soortgelijke feiten. Schuldverklaring voor de faillissementsfraude maakt niet dat de ontneming op corruptie van rechtswege komt te vervallen.
Een kleine logische fout, of zoals men in juridische woorden noemt: een drogreden. Het is voor mij echter de eerste in deze zaak die van de verdediging komt, want Justitie is er heel goed in.

Goede vraag

Eerst zal moeten worden beoordeeld of het verzoek tot niet-ontvankelijkheid (n-o) slechts partieel (eerst voor wat betreft het vermeende voordeel uit omkoping) dan wel geheel moet worden verzocht, of – hopelijk voor de verdediging – moet worden toegepast.
Dat laatste is niet geheel ondenkbaar, omdat de tenlastelegging en de reikwijdte van het SFO daaraan ten grondslag liggen. In de acht jaar dat het SFO bestreken heeft, richtte de zoektocht (het SFO) zich op de faillissementsfraude (eigenlijk een onderdeel van bedrieglijke bankbreuk) en heeft de ontnemingsvordering zich ook altijd – tot einde toe – daarop gebaseerd. Dat is een formele voorwaarde voor een geslaagde ontnemingsmaatregel.

Dat pas na sluiting van het SFO (november 2015) en zelfs na de roldatum van de ontnemingsprocedure op 19 november 2015 er in plaats van toevoeging van ‘de laatste stukken’ er pas onlangs een heel boekwerk met ambtshandelingen van meer dan honderd bladzijden werd toegevoegd, waarin de grondslag van de ontneming plotseling steunt op ‘corruptie’ maakt dat de verdediging zich beroept op het procesbeginsel en subsidiair op het vertrouwensbeginsel.
Het ging altijd over faillissementsfraude. Niet over corruptie.

Advocaat de Swart spreekt van ‘opgewekt vertrouwen’. Niet de eerste keer in deze zaak.

Maar of deze excepties op Deel I of op Deel II moet worden verzocht, of dat dit misschien als geheel moet gebeuren?
En “…Of niet-ontvankelijkheid partieel moet worden verzocht voor het bedrag, of voor de grondslag (343Sr of corruptie)?” vraagt de rechtbank zich hardop af.

“Goede vraag,” antwoord advocaat de Swart.

Daar zal de rechtbank 21 april uitspraak over doen.

De jacht op het verdampte geld


Justitie mag inmiddels (23 februari) van de Rotterdamse Rechtbank  haar ontnemingsprocedure tegen van den Nieuwenhuyzen alsnog voortzetten, meldt RTV RijnmondVan den Nieuwenhuyzen is eerder in hoger beroep nog vrijgesproken van faillissementsfraude en bedrieglijke bankbreuk.

23 februari 2016

De ontnemingsvordering die vlak voor het einde van het hoger beroep was ingesteld, (binnen de termijn van twee jaar na uitspraak in eerste aanleg) stond op de rol voor november 2015. Het RDM-concern heeft volgens de rechter destijds geprofiteerd van de leningen uit 2002. Of de voormalig topman van RDM persoonlijk voordeel heeft gehad van die affaire mag justitie nader onderzoeken. Opnieuw dus. Met andere middelen.

Zoals aanvankelijk in de aanklacht reeds werd gesteld, zou van den Nieuwenhuyzen veertig miljoen hebben verdiend aan de havengaranties. Daarvan is na twaalf jaar onderzoek en berechting echter nog niet gebleken. Toch wil Justitie dat geld nu terugvorderen.

Men zou veronderstellen dat de ontnemingszaak van rechtswege opgeheven zou zijn, omdat van den Nieuwenhuyzen nu juist voor faillissementsfraude is vrijgesproken, want men kan niet tweemaal voor hetzelfde (ne bis idem) worden vervolgd. Maar de rechter ziet dat anders; ‘Omdat de ondernemer is veroordeeld voor een misdrijf op de tenlastelegging van de onderliggende strafzaak, die daarbij een geldboete van tenminste de 5e categorie kàn opleveren (wat ook gebeurd is), mag Justitie de ontnemingsvordering instellen.’

Dat zit namelijk zo; Wanneer er volgens de rechter (waar de zaak is aangebracht) voldoende aanwijzingen bestaan ‘(…) dat de veroordeelde wederrechtelijk verkregen voordeel heeft verkregen uit baten van een feit dat soortgelijk is aan het tenlastegelegde en bewezenverklaarde feit (…)’ (lees: feiten die hetzelfde rechtsbelang beschermen als het gronddelict) is het mogelijk de ontnemingsmaatregel op te leggen. Die maatregel werkt dus langs de straf van de valse overeenkomst/omkoping door tot de feiten waarvoor van den Nieuwenhuyzen desondanks niet schuldig is bevonden. ‘(…) Mits er voldoende aanwijzingen bestaan dat de veroordeelde daar wederrechtelijk voordeel uit heeft verkregen. Hij hoeft derhalve niet bij het plegen van deze andere feiten betrokken te zijn geweest’.

Aangenomen dat de oorspronkelijke procesdatum van november 2015 kennelijk naar begin 2016 is verschoven, (opschorting?) en er volgens de pers beslag (klassiek of conservatoir wordt niet vermeld) ligt op verschillende van zijn vermogensbestanddelen, en er zelfs een beslag heeft gerust op bankrekeningen van de schoonvader van Joep, (inmiddels opgeheven) is het niet onwaarschijnlijk dat deze rechter zelfs een SFO dan wel een nader SFO (Strafrechtelijk Financieel Onderzoek) heeft gelast.

Ook dit is een paardenmiddel, en wellicht de meest krachtige actie die Justitie tot haar beschikking heeft voor waarheidsvinding en het terug halen van verduisterde gelden. Dit betekent veelal (voor zover de reikwijdte van het onderzoek door de rechter wordt afgebakend t.b.v. de onderzoeksduur en haar redelijke termijn) onbeperkte toegang! De bevoegdheden voor inbeslagname door de Officier van Justitie of rechter-commissaris reiken in een SFO verder dan in het GVO (Gerechtelijk Vooronderzoek) van de rechter-commissaris.

Zal de Havenzaak dan nog eens, ondanks het uitblijven van meervoudige terugverwijzingen door de Hoge Raad, zoals in het arrest ABN-Amro/Van Dooren q.q. bijvoorbeeld, wellicht de langstlopende procedure worden als het gaat om vernietiging van gewraakte rechtshandelingen? ABN-Amro/Van Dooren q.q. nam 15 jaar in beslag, na driemaal door de Hoge Raad te zijn beoordeeld (ABN-Amro/Van Dooren I, II en III). Afwikkeling van faillissementen kan ook zeer lang duren (formeel blijft een rechtspersoon zelfs na afwikkeling van faillissement nog eindeloos bestaan). Dat van DAF duurde 19 jaar, en na ruim 21 jaar op het faillissement van de  autofabriek vorderen obligatiehouders uit die tijd nog altijd 130 miljoen terug van de betrokken accountant omdat er nadelige feiten (voorzieningen) waren weggelaten uit de jaarrekening.  

Ik vrees dat de opgelegde jacht naar verdampt geld nu pas gaat beginnen…

Havenbedrijf benadeelde zichzelf


Herfinanciering

Het onderscheiden van boekwaardes of het ontrafelen van jaarstukken en balansen vereist een geoefend oog. Dat geldt ook voor quick-scans en accountantsrapporten. Zelfs het begrip herfinanciering kan voor verwarring zorgen. Kwestie van ervaring en kennis. Afgelopen dinsdag was prof. dr. Arnout Boot nog genoodzaakt om de onderzoeksjournalisten van Nieuwsuur te verbeteren, toen deze stelden dat er ‘straks’ misschien wèèr 7,2 miljard euro van de ECB klaar staat om aan Griekenland te lenen. Boot, hoogleraar in ondernemingsfinanciering en financiële markten aan de UvA, die uitgenodigd was in de studio over deze kwestie, moest eerst nog even uitleggen dat het hier niet gaat om geld dat ‘straks’ naar de Grieken zal stromen. Het betreft hier een herfinanciering. Geld dat naar het IMF gaat om de oude geldverstrekkingen te herfinancieren. Als Boot niet had verbeterd, had ik als kijker een heel andere indruk gekregen van de belangen die hier dienden. Het bleek maar weer hoe moeilijk het soms kan zijn om financiële documenten die juridisch zijn gewaarborgd, goed te kunnen lezen. Zelfs voor onderzoeksjournalisten.

Bevoordeling Havenbedrijf

Zoals inmiddels wel duidelijk mag zijn, ontstond het Havenschandaal uit ophef en kennelijke onbekendheid van media en justitie met de herfinanciering van reeds opeisbare garanties. Bankgaranties van het Gemeentelijk Havenbedrijf (GhR), die dienden om de ongewenste onderzeeboot-deal met Taiwan te compenseren, waarop zij weer regres had op de RDM groep als geheel. De groep vennootschappen en concerns van Joep van den Nieuwenhuyzen konden alsnog worden aangesproken. Omdat het Havenbedrijf per 1 januari 2004 privatiseerde, en zich statutair verplicht had toe te zien op de drie kerntaken van het havenbedrijf, was het voor de herfinanciering van belang dat de zekerheden (niet alleen de bezwaarde bedrijven, maar natuurlijk ook hun balansen) beantwoordden aan deze doelstellingen (1; ontwikkeling en exploitatie van de Rotterdamse haven 2; zorgen voor efficiënt, veilig en schone verwerking van scheepvaartverkeer 3; verbetering van woon-, werk- en leefklimaat in de regio Rotterdam). Hiervoor dienden niet alleen de activa, maar ook de passiva van deze drie vennootschappen gezuiverd te worden van alle rechtsbetrekkingen die buiten deze omschrijvingen vielen. Vandaar dat intercompany-schulden, maar ook vorderingen aan bijvoorbeeld andere concern-vennootschappen van van den Nieuwenhuyzen daaraan in de weg zouden staan. Immers, als die bedrijven onder de boekhouding van MHR (Mainport Holding Rotterdam) bijgeschreven mochten worden, maar naderhand alsnog agio of rekening-courant vorderingen aan vennootschappen van Joep te verrekenen hadden, werd alles niet alleen omslachtig, maar raakte deze balansen ook verstrengeld met activiteiten die niets met de haven te maken hadden. Zo werden dus niet enkel de afwijkende vorderingen, maar ook overeenkomstige schulden naar Elite Holding overgedragen, die voor het nadeel dat dit haar zou opleveren, zich door de bewuste herfinanciering verlost zag van verdere regresverplichtingen. Voor bepaalde tijd uiteraard, want een keer is de rekening vereffend.

Boekwinst is papieren winst 

De overgedragen vennootschappen en activa betroffen onder andere het schip de Rotterdam, het Colocation Centre in Frankfurt (data-opslag is ook belangrijk voor digitaliserende havens), en RDM-TDS. De actuele waarde van deze drie ondernemingen vertegenwoordigden nog niet de volle honderd miljoen, maar met de juiste investeringen zouden deze niet alleen flink in vermogen toenemen, maar ook in kasstroom. Boekwinst. Bovendien werd er nog een extra zekerheid gesteld indien na drie tot vijf jaar onvoldoende waarde gegenereerd zou worden door de nieuwe bestuurders. Onderzeebootbouwer Dok & Werf, die per 2012 en 2013 nog goed was voor een nettowinst van gemiddeld acht miljoen, en een resultaat voor de Belasting van vier tot zeven miljoen euro noteerde, zou als extra zekerheid kunnen dienen indien zaken mochten tegenzitten in de komende vijf jaar. Een bank zou er van smullen. Dat deden zij ook. Anders zou de herfinanciering niet gesloten zijn.

De som van de bestreden transacties (voornamelijk vorderingen) waarvan de startbalansen gezuiverd dienden te worden omdat deze met de havenactiviteiten niet overeenstemden, en derhalve werden overgedragen aan een ander vehikel van de topondernemer, bedroegen pakweg tweeënveertig miljoen. Datzelfde gold voor de onwenselijke schulden. Voormeld gegeven gaf reden voor het Openbaar Ministerie om te suggereren dat van den Nieuwenhuyzen wel veertig miljoen naar een persoonlijke bankrekening moest hebben gesluisd ten tijde van de herfinanciering. Van overname van schulden werd gezwegen. Omdat een gemiddeld mens met veertig miljoen op de Bahama’s zichzelf voor lange tijd gemakkelijk zou kunnen onttrekken aan strafrechtelijke vervolging, werd hij (in Zwitserland) gearresteerd en pas na betaling van tien miljoen euro borgsom voorwaardelijk vrijgelaten.

Benadeling per saldo

Dat het hier niet om cash ging, mag inmiddels duidelijk zijn. Vorderingen zijn nog geen gevulde bankrekeningen (banksaldo’s zijn wel vorderingen, overigens). Pas op het moment dat deze vorderingen te gelde worden gemaakt, zal overigens blijken hoeveel daar nog van te innen valt. Het merendeel betrof intercompany-vorderingen op vennootschappen die over te weinig of geen middelen meer beschikten. Die moeten dan worden afgewaardeerd;

text3336

Een nominale vordering als die van SSR bijvoorbeeld, van rond de 19 miljoen op RDM-TDS, die per augustus 2004 zelf een negatief eigen vermogen bezat van 33 miljoen, resulteert dan in een reële vordering van zo’n 10,5 miljoen (19 nominaal delen door 74,5 aan passiva maal 41,5 aan activa maakt 10,5). Een vordering van bijvoorbeeld SP op RDMH vond haar oorsprong nog in een oude tijd dat de groep een verlies leed van circa veertig miljoen euro. Die bewaar je totdat RDMH aanzienlijke winst gaat maken. Een beetje afschrijven nog, want de vlieger gaat niet eeuwig op. Omdat RDMH er ten tijde van de overdracht inmiddels slecht voor stond, kon ook hier geen waarde aan worden ontleend.

Dat een aanmerkelijk deel van de overgenomen vorderingen een aanzienlijk lagere waarde vertegenwoordigden, maakt niet dat de overgenomen schulden óók minder waard zijn. De meeste schulden zijn aan de bank. En gezekerd.

Benadeling van debiteuren?

De lezer zit ernaast als hij denkt dat ‘Joep’ kennelijk niet zuinig was op deze ‘weggegeven’ bedrijven. De bestreden herfinanciering zat vol package-deals en duidelijke voorwaarden. Zo werd bedongen dat van den Nieuwenhuyzen’s dealmaker en bestuurder Leo van der Voort een zetel kreeg in een van de bezwaarde vennootschappen om er op toe te zien dat de beloofde verdere investeringen door het havenbedrijf werkelijk zouden worden nagekomen, en dat de bedrijven als zodanig zich serieus zouden inzetten om het eigen vermogen te versterken en winstmaximalisatie te realiseren. Het havenbedrijf zelf heeft echter de vennootschappen van de groep benadeeld door zich niet volgens afspraak aan de investeringsinjecties te houden. Deze had Joep juist nadrukkelijk bedongen in de overeenkomsten, en niet alleen om continuïteit te waarbogen (deugdelijk houderschap), maar ook omdat bijvoorbeeld in het geval van SS Rotterdam zich ook huurders bevonden die zèlf investeerden. Zulke belangen moesten daarmee worden beschermd.

Men zou in casu kunnen spreken van benadeling van debiteuren. En niet van “Een kat in de zak” zoals commissaris de Boer aanvankelijk beweerde, waar hij later overigens op terug kwam toen hem (te laat) bleek dat bijvoorbeeld het CCF (Colocation Centre Frankfurt)  een up-to-date data-hotel voorstelde waar in het verleden reeds meer dan 82 miljoen euro in was geïnvesteerd, en waar grote, belangrijke huurders in zaten zoals de Duitse Beurs, de Duitse Interpay en Luchthaven Frankfurt en waarop bovendien Google een serieus oog had laten vallen. Gesprekken waren in volle gang. Het havenbedrijf zag er niets in, en liet het de curator in de etalage zetten. Die heeft er later een opbrengst uit gehaald (slechts 2,7 miljoen) die voor hem ruim voldoende was om er zijn salaris van te betalen. Die bui had Joep al zien aankomen, en had daarom een belang van vijf procent in de vennootschap laten zitten, om inspraak en bezoekrecht te behouden in de algemene vergadering van aandeelhouders. Tevergeefs.

Alleingang

Kort na de herfinanciering brak het Havenschaal uit. Willem Scholten werd als bestuurder aan de kant gezet door het inmiddels verzelfstandigde havenbedrijf. Hij had er alles aan gelegen om de economische belangen van de Rotterdamse haven- èn werf-industrie te dienen. Het bankroet van RDM Submarines in april 2004, gevolgd door faillissement van defensiefabrikant SP (augustus) dreigden de ondergebrachte RDM groep te ondermijnen.

Wat Scholten verweten kan worden, is dat hij de Gemeente Rotterdam en de Staat als aandeelhouders niet betrokken heeft bij de herfinanciering. Politiek is een slangenkuil, en besluiteloos bovendien. Een fatale combinatie wanneer de zaak onder druk staat, zo wist hij. Willem heeft, nog voor zijn aanstelling in 1990, olietankers moeten bergen in de Golfoorlog Iran/Irak. Bruggen moeten slaan, om erger te voorkomen. Als directeur bij Smit had hij zijn kwaliteiten juist ontwikkeld tussen krachtvelden die niet om standaardoplossingen vroegen. De reële dreiging en de praktische gevolgen van een boycot kende hij van binnen en van buiten. “(…) Ik was geen standaard ambtenaar.” 

Zo bleven de oorspronkelijke garanties buiten het jaarverslag, omdat het juridisch bezien ontbrak aan materialiteit. Per saldo hadden de garanties geen invloed op de baten en lasten. “(…) Als ze een risico vormen, moeten ze in de risico-paragraaf.” Het is echter opmerkelijk te noemen dat zijn bevoegdheid ter discussie staat. Zijn tijdelijk vervanger (Smits) was namelijk ook onbeperkt bevoegd de vennootschap te vertegenwoordigen.

Onthouden verklaringen

Dat het havenbedrijf in 2004 besloot om op eigen initiatief faillissement aan te vragen voor RDM, had er volgens achtergehouden verklaringen uit de FIOD-verhoren mee te maken dat het bestuur en de RvC van MHR (Mainport Holding Rotterdam) geen besef hadden van de onderliggende waardes die alle activa van de vennootschappen inhielden. Termen als WIP (onderhanden werk) en SMS (slow moving stock) zeiden de toezichthouders niets, blijkt uit getoonde documenten. Kennelijk waren de honderden gezinnen die afhankelijk waren van deze bedrijven niet belangrijk genoeg voor de bestuurders en commissarissen (wethouder van Sluis was president commissaris) om er een cursus balansen lezen aan te besteden. Die kun je declareren. De benodigde documenten voor de vergaderingen van de RvC werden aangeleverd door Smits, die kennelijk niet bekend was met value-gaps en value-stretches. Bovendien bleken de bestuurders, evenals justitie, ook al niet bekend met het verschil tussen liquidatie- en Going Concern-waardes. Smits hield zich meer bezig met zijn wettelijke taak: “(…) Ik zit in een glazen huis. Ik ga alleen doen wat met de kernactiviteit van het havenbedrijf te maken heeft. (…) Ik zit in een glazen huisje. Kan mij niet schelen wat Willem heeft afgesproken!”

Buiten de herfinanciering en de raamovereenkomst had van den Nieuwenhuyzen destijds reeds Willem Scholten op het hart gedrukt dat voor de financieringen onder de twintig miljoen euro het havenbedrijf nòòit aangesproken zou worden. Dat betrof een mondelinge afspraak. “(…) De moeilijkste beslissing in deze vervolging door zowel politiek als justitie was voor mij de Barclays en de Hutchinson-lening.” Joep beefde bijna tijdens deze reflectie in zijn slotwoord: “Ik had Willem beloofd dat die nooit voor rekening zou komen van het Havenbedrijf. Willem was al weg, en de nieuwe bestuurders lieten alles klappen. (…) Dat was de moeilijkste beslissing. Ik had het Willem beloofd. Het heeft mij twintig miljoen gekost…”  

Verrekening

Inmiddels heeft justitie na elf jaar vervolging, en slechts enkele weken verwijderd van de uitspraak, besloten om alsnog een ontnemingsvordering in te stellen. Waren ze vergeten. Op 19 september zal de zaak gaan dienen. Als voorschot is er beslag gelegd op 1,5 miljoen euro, volgens de Telegraaf. Verder vertelt het bericht niets. Gaat het om echt (giraal) geld? Of ligt er soms beslag op een vordering? Dan kan de opbrengst nog wel eens tegenvallen. Joep zal er niet van wakker liggen, want vanaf 30 juni zal het OM 10 miljoen euro moeten gaan reserveren om aan de verdachte terug te betalen. Vrijspraak of niet. Ook zodra hij zich na veroordeling netjes bij de prinsemarij meldt, is er nog 10 minus 1,5 = 8,5 miljoen euro te verrekenen. De vluchtgevaarlijkheid steunde namelijk op een vermeende onttrekking van veertig miljoen euro naar een onbekende bankrekening. Daarvan is na elf jaar echter nog niets gebleken…

DSCF9251-2

Wie de waarheid zoekt, kan beter zelf gaan kijken

Wetenschap van benadeling


Beklamel-norm in strafproces?

De Beklamel-norm dankt haar naam aan een bekend arrest waarin werd beoordeeld of de bestuurder van een vennootschap onrechtmatig handelt jegens een schuldeiser wanneer hij namens die vennootschap verplichtingen is aangegaan, terwijl hij wist of redelijkerwijze moest begrijpen dat de vennootschap niet of niet binnen een redelijke termijn aan haar verplichtingen zou kunnen voldoen en geen verhaal zou bieden voor de schade die de schuldeiser op grond daarvan zou lijden. Een benadeelde schuldeiser kan een bestuurder van die vennootschap in privé aanspreken op grond van onrechtmatige daad.

Het gaat hier dan om de vraag of de beklaagde bij het aangaan van de overeenkomst als directeur wist of redelijkerwijze behoorde te begrijpen dat zijn firma niet, of niet binnen een redelijke termijn aan haar verplichtingen zou kunnen voldoen en geen verhaal zou bieden voor de schade die schuldeisers ten gevolge van die wanprestatie zou lijden.

In de noot onder het arrest werd benadrukt dat de Hoge Raad geen consequenties wil verbinden aan het gegeven dat de beklaagde ook enig aandeelhouder van de firma Beklamel was.

Verruimd_DSF3174

In een arrest uit 2009 in een andere bekende faillissementskwestie (de Eurocommerce-zaak) heeft de Hoge Raad het toepassingsgebied van de Beklamel-norm nog eens scherper gezet. Ook hier moest worden beoordeeld of de vennootschap verplichtingen was aangegaan op een moment dat de bestuurder op grond van de financiële situatie wist, of  in elk geval moest begrijpen dat de vennootschap die niet zou kunnen nakomen. Als dat scenario zich voor doet kan de gedupeerde schuldeiser de bestuurder persoonlijk aanspreken op grond van onrechtmatige daad.

De Hoge Raad scherpte in deze klacht het criterium nog een beetje aan: ‘…Niet beslissend is of de bestuurder daadwerkelijk wist dat de vennootschap niet zou kunnen betalen; het gaat erom of hij op grond van de beschikbare informatie moest begrijpen dat de vennootschap in gebreke zou blijven’. Het hof oordeelde eerder dat daarvan sprake was en veroordeelde directeur Visser om die schade persoonlijk te vergoeden, welk oordeel de Hoge Raad overigens in stand liet.

Wetenschap en bedrieglijke bankbreuk

Dat vragen met een ‘Beklamel-karakter’ een rol kunnen gaan spelen in beoordeling van een strafproces heeft alles te maken met de strafvordering bedrieglijke bankbreuk, waar (in art. 341a Sr) wetenschap van faillissement ook een criterium vormt.

In de Havenzaak wordt Joep van den Nieuwenhuizen van faillissementsfraude verdacht. Dat betekent bedrieglijke bankbreuk. De vraag is dus of hij als bestuurder wetenschap had van naderend faillissement, toen de gewraakte package-deal en herfinancierings-transacties ten behoeve van de Fennek-order werden voorbereid. Het gekscherende, maar curieuze antwoord op deze vraag is dat zowel Joep als het complete bestuur van de firma zelfs na uitspraak van faillissement zelfs nog niet eens op de hoogte waren van de faillissementsaanvraag. De deurwaarder had tijdens de vakantieperiode van het bedrijf het rekest niet laten betekenen, maar gewoon in de brievenbus gestoken. Een zogenaamd brievenbusexploot.

Ongeveer een week na de verhelderende deskundigen-verklaring van forensisch accountant mr. Peter Schimmel, werden door het Hof vragen gesteld aan van den Nieuwenhuijzen die duidelijk leken te speuren naar het Beklamel-criterium. Joep kon de vermoedens helder weerleggen, al ging de adequate uitleg voor de aanklager allemaal te snel. Of de griffie de gestelde bedragen, data en aard der vorderingen niet op de monitors kon weergeven, maar Joep leest zulke zaken niet van een briefje. Dat doet hij grotendeels uit het hoofd. Aangezien de verbalen ter zitting niet meer worden ‘opgenomen’ dicteerde hij, en werd er een lijstje opgesteld.

Antwoorden die vragen oproepen

Tijdens behandeling van het onderdeel ‘Faillissement SP en RDM Vehicles’ werd door het Hof uitgebreid doorgevraagd naar van den Nieuwenhuijzen’s vermoeden of wetenschap van naderend faillissement. Zou het kunnen zijn dat aanvankelijk in eerste aanleg de curator en het Openbaar Ministerie werden bediend door Defensie? Defensie had namelijk een onbetaalde vordering uit vertragingsschade bij de curator liggen van zo’n negentig miljoen euro. Een vordering die, behalve dat ze bepalend was voor de onafwendbaarheid van het bankroet van de voertuigfabrikant, overigens pas na faillissement (ter verificatie) is ingediend, en kennelijk als een verassing kwam voor Joep, toen ‘Louis’ (Deterink, de curator i.c.) hem daarmee confronteerde. In de aanloop naar afwikkeling van het faillissement heeft Defensie deze kapitale vordering overigens even gemakkelijk weer ingetrokken, waarbij niet zeker is of dat ter begunstiging van een beoogde doorstart door bijvoorbeeld Stork en KMW werd gedaan, of dat de vordering enkel diende te voorkomen dat van den Nieuwenhuijzen in een verzetprocedure zelf alsnog faillissement kon afwenden met voorgenomen reddingsconstructies en maatregelen. Zonder deze doorslaggevende schuld was niet alleen faillissement, maar ook vermoeden daarvan eenvoudiger te verdedigen geweest voor de bestuurder.

Opmerkelijk was dat deze juridische speurtocht naar ‘wetenschap’niet steunde op stellingen van het OM, en deze ook niet zorgvuldig is verricht door de Rechtbank. Ook in het vonnis is er niets over ‘wetenschap’ terug te vinden.

Een verklaring of zelfs een dictum waaruit zal blijken dat de ervaren zakenman moet hebben zien aankomen dat mogelijk faillissement naderde, en derhalve voortzetting van de onderneming, en daarmee zijn voorgenomen transacties zouden leiden tot benadeling van de boedel, kan materiaal opleveren voor aanspraak op persoonlijke titel van de zakenman. Indien die vordering echter niet illusoir blijkt, heeft een benadeelde zoals Defensie haar vorderingsrecht nog niet verloren.

Het zijn vragen naar antwoorden die declaratief kunnen zijn. Antwoorden die vragen oproepen.

Voordeel uit nadeel

Vaststelling van wetenschap of vermoeden is doorgaans van belang in civiele procedures omtrent faillissementspauliana. Daar vernietigt de curator of de rechtbank een rechtshandeling die nadeel voor de schuldeisers heeft opgeleverd. Wetenschap van benadeling wordt al verondersteld wanneer de benadelende transactie binnen een jaar voorafgaand aan faillissement is verricht. Het is aan de beklaagde om te bewijzen dat hij te goeder trouw was. Die procedure is in dat faillissement reeds toegepast; echter zonder succes op persoonlijke aanspraak wegens wetenschap of vermoeden van faillissement.

Interessant om te vermelden dat in die betreffende boedel juist een voordeel is weggenomen door de transactie te vernietigen. Die leverde juist achttien miljoen op voor een firma als RDM-T die geen enkele kredietwaardigheid meer bezat. Totstandkoming van dat nadeel leverde later weer een voordeel op voor Stork en KMW, die de zaak weer tegen liquidatiewaarde voor een appel en een ei uit de boedel van curator Deterink verkregen.

Individueel voordeel en gemeenschappelijk nadeel kunnen soms lastige begrippen zijn. Dat geldt ook voor nadeel voor de ene boedel ten opzichte van de andere. De enige schuldeiser zonder nadeel is immers de curator. Voor voordeel moet hij zelf zorgen..

Hoger Beroep RDM kwestie


Het havenproces en de Ad Bos-variant

7 mei 2015

Vorige week dinsdag gaf podium aan de pleiters van de verdachten in de Haven-zaak genaamd ‘Golf’. Het betreft inmiddels de derde dag pleidooi. De zaak ‘Golf’ richt zich op de vermeende paulianeuze transacties en geantedateerde overeenkomsten ter dekking van de herfinancieringen ten behoeve van de beruchte ‘Havengaranties’ die door HbR-directeur Willem Scholten verstrekt werden aan de RDM Groep. Ook de gestelde steekpenningen aan Scholten worden hier in Hoger Beroep behandeld.

Die zittingsdag ving aan om negen, en sloot af tegen half zeven. En het is nog niet de laatste. In deze clash kwamen de scherpste schoten op het doel  pas in de verlenging.

De wissel

De verdediging van Joep van den Nieuwenhuizen gaf na lezing van ruim een officiële werkdag omstreeks kwart over vijf aan de spreekbeurt aan de raadsman van de financial controller te gunnen, nu hijzelf overwoog, en zich bij het Hof daarbij de vrijheid verzocht een nog ongelezen deel van zijn pleitnota naar later momentum op te schorten. Deze wissel bleek een aanvaller voor een centrale verdediger in te brengen; de internationale strafrecht-jurist Gert-Jan Knoops.

De gevreesde spits kwam fris van de bank, en stelde voor om de resterende blessure-tijd (het OM had nog geen kramp-verschijnselen, maar wreef zich buiten het veld op alle zere plekken) in te vullen met slechts een inleidend pleidooi en lezing van enkele paragrafen omtrent de niet-ontvankelijkheid verderop in zijn pleitnotitie in de zaak van zijn cliënt. Bedoelde cliënt is Marcel.

De Advocaat-Generaal protesteerde bij de verschijning van deze offensieve wissel. Een inleidend pleidooi van mr. Knoops is wat de buitenkant voet was van v. Hanegem. Een wakker-makertje. De A-G weet ongetwijfeld uit andere lopende procedures dat Knoops de komende weken in het buitenland verblijft, in elk geval tot de twintigste. Dit uurtje inleiding wil hij daarom naar de volgende zittingsdag zien op te schorten. Die is pas de twaalfde. Zoals de meeste bezwaren aan de zijde van het OM is dit er een van tactische waarde; Opschorting van het volgend pleidooi betekent geen Knoops in de laatste minuten, en bovendien geen Knoops in de volgende pot.

Mr. Knoops oogte fit, en gretig. Precies wat het Hof nodig had. Het zijn lange dagen. Een uurtje erbij kan geen kwaad.

Marcel was book-controller bij de in 2004 gefailleerde firma waar hij gaandeweg het onderzoek mede-verdacht werd van faillissements-fraude. SP was een firma uit de RDM-groep. Een firma van Joep. De vennootschap waarin volgens het OM meervoudig bedrieglijke bankbreuk is gepleegd, zelfs valsheid in geschifte, en bovendien geïnitieerd en/of vormgegeven door Marcel. Die aanklacht, behoudens andere, waarvoor hij in eerste aanleg is vrijgesproken, is begin maart van dit jaar (na jaren) door het OM niet meer in hoger beroep doorgezet. Voor mr. Knoops geen reden om de kwestie niet in deze instantie te behandelen c.q. te bepleiten. De vrijspraak op dit feit dient namelijk een n-o (niet ontvankelijk) te zijn. Belangrijk verschil.

Marcel was slechts een paar maanden in dienst als controller bij SP, toen deze failleerde in de zomer van 2004. In het najaar dat daarop volgde werd hij, evenals andere collega’s van de financiële afdeling en bestuurders, niet alleen gehoord door curator en rechter commissaris, maar ook door FIOD. Na lezing van een aantal verslagen van deze verhoren was het justitie al snel duidelijk dat Marcel adequaat antwoorden wist te verstrekken op vragen over de balansposities en de keuzes voor mutaties daarin. Bovendien begon Marcel zich gaandeweg serieuzer te verdiepen in de vragen die ontstonden omtrent de transacties die ter discussie stonden bij de curator. De reden van deze zoektocht was eenvoudig; Marcel kon balansen en posten beter lezen dan de mensen die belast waren met het onderzoek. Bovendien begreep hij de grondslag voor de ontmanteling en herwaardering van de vennootschap, die met een overzichtelijke balans en voor het Havenbedrijf bruikbare activiteiten op maat moest worden gesneden om als onderpand te dienen voor de herfinanciering van de ‘Havengaranties’.

Opgewekte verwachtingen

Niet alleen Marcel’s kennis, maar ook zijn functie en betrokkenheid bij het opstellen van de startbalansen voor de zekerheidstellingen ten behoeve van de herfinanciering wekte hoge verwachtingen op bij justitie. Die rekende op een harde belastende verklaring, maar die kwam niet. De opvatting dat het OM op 6 februari 2011 besloot om Marcel mede te vervolgen om hem onder druk te kunnen zetten, en daarmee alsnog een belastende verklaring te ontfutselen laat mr. Knoops achterwege. Zelfs het voorstel (bij justitie onder Fred Teeven sprak men liever van een ‘deal’) met een schikking van vijfduizend euro en een poosje straatvegen voor een belastende verklaring wordt door Knoops niet aangehaald in zijn betoog. Knoops beperkt zich liever tot ‘opgewekte verwachtingen’, en de ‘ongelukkige samenloop’ daarin. Desalniettemin heeft het Openbaar Ministerie Marcel ten onrechte gehouden voor de initiator en vormgever van de concursus omtrent de faillissementsfraude.

Zorgvuldigheidsbeginsel

De raadsman pakt uit. Reeds na vrijspraak van faillissementsfraude in eerste aanleg, heeft het OM pas op 3 maart jongstleden de aanklacht ingetrokken, en daarmee besloten de vrijspraak niet te bestrijden in hoger beroep. Dit besluit kan nadelig uitpakken voor het OM. Als bestuursorgaan is zij niet alleen gehouden aan het bestuursrechtelijke zorgvuldigheidsbeginsel van 3:2 Awb, maar ook aan behoorlijke belangenafweging in deze vervolging.

In zijn ijver had Marcel destijds voor eigen verdediging en maatschappelijk nut een persoonlijk onderzoek verricht op basis van de beschikbare documenten uit de data-room voor dit dossier. Nu hijzelf verdacht werd, had hij toegang tot deze boekhouding. De conclusies als boekhoudkundige getuige heeft hij opgesteld en beargumenteerd in twee rapporten, genaamd Bevindingen I en II. De afspraak met het OM was dat de waardering door mr. Loos op deze eigen-analyse het criterium zou vormen voor wel- of niet-vervolging van de controller. De rapporten zijn echter nooit beoordeeld. Een afspraak is niet nagekomen.

Meerdere fundamentele rechtsbeginselen zijn geschonden, en daarmee is de behoorlijke procesorde verstoord. Wellicht is er misbruik gemaakt van vervolgingsrecht, door de controller aan te merken als ontwerper en initiator van de fallissements-transacties.

Menig lezer zal zich de vervolging van klokkenluider Ad Bos herinneren in de schaduwboekhouding-zaak van bouwfirma Koop-Tjuchem c.s. Bos had echter zelf weleens reisjes verstrekt aan ambtenaren, en kleine geldsommen. Daar was gedeeltelijk nog boekhouding van. “Wij hebben hem een beetje aan het lijntje gehouden” was de verklaring van Advocaat-Generaal mr. de Wijkerslooth de Weerdesteijn. Na jarenlang appèl op de bestuursrechtelijke beginselen van belangenafweging, vertrouwensbeginsel, en zorgvuldigheidsverplichting, werd na toewijzing door het Hof, en later weer na terugverwijzing door de Hoge Raad de aanklacht uiteindelijk ingetrokken.

In tegenstelling tot Ad Bos is Marcel geen bestuurder geweest, en heeft hij zich ook niet schuldig gemaakt aan (al was het maar een kattebel) de tenlastelegging. Dat kan het OM wederom geld gaan kosten.

Het OM heeft hier kennelijk de Ad Bos-variant toe willen passen, en lijkt opnieuw in haar eigen hinderlaag te lopen.

De Advocaat-Generaal lijkt letterlijk het hoofd te buigen, en prikt met priemende wijsvingers op een toetsenbord. Bril op zijn neus. Het beeld van een klerk in de telkamer. Merkwaardig genoeg hakken zijn vingers niet op een telmachine, maar op zijn toetsenbord. Men zou veronderstellen dat een aanklager in een gecompliceerde zaak blind kan typen, liefst met tien vingers. De pleidooi van verdediging beslaat drie dikke gebonden ringbanden van minstens drie centimeter dik. Men vraagt zich af hoe een A-G zijn repliek, die goed zal zijn voor twee dagen leesstof, met twee vingers typt? Vanaf 19 mei zullen we het weten…

De zaak ‘Golf’ deel II


Boekwaardes en oud ijzer

Geplaatst 21 apr. 2013 14:58

Going concern- en liquidatiewaardes zijn twee verschillende begrippen. Zo is het met vermogen en alleen activa ook. De pers, maar ook Justitie schrijft over van den Nieuwenhuijzen dat hij tientallen miljoenen van de ene firma naar de andere heeft overgedragen aan de vooravond van faillissement, en dat er voor de crediteuren slechts een lege en kale huls overbleef. Dat suggereert dat die tientallen miljoenen bij Joep zijn gebleven. Zoals het vorige artikel al liet zien, dient men zich eerst te bekwamen in complexe bedrijfsadministratieve en ondernemings- en faillissementsrechtelijke zaken. Joep legt uit hoe het werkt aan de top, en doet alles uit zijn hoofd. Elke datum en elk cijfer achter de komma noemt hij klakkeloos op.

Commerz Bank had RDM Vehicles van van den Nieuwenhuijzen financieringen verstrekt op basis van de bekende ‘haven-garanties’. Willem Scholten had er als havendirecteur belang bij dat deze geïnvesteerd zouden worden in ‘haven-activiteiten’. Dat was de afspraak. SS Rotterdam  bijvoorbeeld was zo een activiteit.Vijf jaar had Joep om de boel rendabel te krijgen (“twee jaar trekken; drie jaar betalen”). Dat zat niet altijd mee. Het schip dat gehaald werd uit Curaçao, bleek vol asbest, en moest naar Spanje omgevaren om daar iets aan te doen. Kosten; zo’n drie miljoen euro. Er waren ook andere activiteiten. Zoals een groot commercieel gebouwencomplex in Frankfurt dat deels als data-centrum toegerust was. De Duitse Beurs huurde daar data-ruimte. Het Rotterdams Havenbedrijf heeft veel data te verwerken. Ook de gemeente Rotterdam. Misschien in de toekomst.

De  financieringen (in totaal meer dan honderd miljoen) waren gedekt door het Havenbedrijf. Echter stond daar geen waarde tegenover, toen onder andere Commerz Bank bij het Havenbedrijf wilde ‘trekken’, zo legt hij uit.

Regres

“HbR had natuurlijk wel regres op de ondernemingen voor die garanties. En Scholten wilde de garanties honoreren, maar had daar geen waarde tegenover staan. Er is toen gekozen voor aandelenoverdracht in plaats van overdracht van fysieke panden en activa, in verband met de overdrachtsbelasting. Waarom de huurpenningen van het data-centrum door een andere firma werden geïnd? Man, dat moet je niet door de eigenaar-bv laten incasseren, dat kost daar in Duitsland een duit belasting daar zul je van schrikken! Nee, wij hebben het zo gedaan omdat er zo’n honderd miljoen waarde tegenover moest staan. Het project in Frankfurt had anderen al tweeëntachtig miljoen gekost, maar dat zegt niets over de waarde. Die kreeg pas vorm wanneer er nog een miljoen of vier geïnvesteerd werd voor aanpassingen. Daarmee steeg de totale huurwaarde van één komma twee miljoen naar zeg zes miljoen per jaar. Dat betekent dat tegenover het tekort aan waarde van die drie assets (Frankfurt, Lamoenchi en SSR) een spread van wel dertig miljoen stond over vijf tot zeg zeven jaar! Het Havenbedrijf moest dan wel afstand doen van haar regresrecht, uiteraard.”

Ondertussen verzoekt hij de Rechtbank een diagram te tonen dat hij zelf omhoog houdt. Misschien is het visueel beter te begrijpen. Op de twee schermen is de staafdiagram te zien met de actuele waardes en de te verwachten value-streches en opbrengsten. Er wordt door het OM gesuggereerd dat daar geen berekeningen tegenover staan, maar slechts een dun rapportje van Price Waterhouse Coopers. Daarin staat volgens het OM dat de waarde van SSR beperkt is, en die van Lamoenchi Beheer negatief. Joep staat op, en reikt naar de volgende van slechts twee bewijsstukken die hij vier uur geleden had klaargelegd. Het is een boekwerk van wel vijf centimeter dik. “Berekeningen? Alstublieft. hier hebt u het.”

De Rechtbank vraagt of de schuldeisers wel op de hoogte waren van de overdracht van deze assets naar het Havenbedrijf.  “Natuurlijk” antwoordt Joep; “Barclay’s Bank was reuze geïnteresseerd in de tweede Maasvlakte, die kreeg precies wat ‘ie wilde. Enkel Commerz Bank is een echte dedicated project financier die alleen het Fennek-project financierde. Maar Commerz wilde graag zaken doen met het Havenbedrijf.”

Liquidatiewaarde vs Going concern

Op 30 augustus 2004 werd Willem Scholten buiten de deur gezet, en ondanks toezeggingen van HbR èn de Minister van Verkeer en Waterstaat besloot het Havenbedrijf toch maar niet te investeren en te continueren in de drie ‘assets’.

Kort daarna werd faillissement aangevraagd van de vennootschappen. “Kapitaalvernietiging” meent Joep.

De Rechtbank begint over oud ijzer, en vraagt hoe het komt dat de SS Rotterdam het ene jaar voor 32 miljoen in de boeken staat, terwijl een paar jaar later de curator het schip verkoopt voor slechts één komma zeven miljoen euro. Joep zucht, en heft zijn handen ten hemel; “De koper betaalde één komma zeven, en verrekende zeven miljoen schuld! Dat maakt ten eerste acht komma zeven, en dat is de executiewaarde van het ding. De boekwaarde waar u van spreekt is de waarde Going Concern. Dat omvat alle vergunningen, maar ook de ligplaats die erbij hoorde; midden in Rotterdam! Moet u zich eens voorstellen! Daarbij alle operationele onderhoud aan het schip en de kade op kosten van de Gemeente Rotterdam, een huurcontract met Van der Valk, die alle operationele kosten van het hotel voor zijn rekening neemt, het contract met Holland Casino…” Maar hij houdt het hierbij. Dit moet toch duidelijk zijn.

Per saldo onverminderd

De overboekingen van SS Rotterdam naar Lamoenchi Beheer ter waarde van zo’n 37 miljoen euro, en de 25 miljoen naar andere vennootschappen worden niet door van den Nieuwenhuijzen betwist. Dat de daar uit ontstane vorderingen weer middels zeven akten van cessie zijn overgedragen naar Elite Holding kon hij steekhoudend toelichten en verklaren.

De bestreden 12 akten van cessie waarmee hij voor 43 miljoen euro aan Lamoenchi Beheer onttrokken zou hebben ten gunste van Elite Holding voor het symbolische bedrag van € 1 worden eveneens niet betwist. Wel licht hij toe dat bij alle genoemde cessies er voor bijna exact hetzelfde bedrag ook de schulden zijn overgedragen. Per saldo is de waarde van de ondernemingen niet verminderd, en zijn er volgens van den Nieuwenhuijzen dus geen schuldeisers benadeeld.

Hij verzucht gelaten: “Voorzitter, er is in deze transacties geen andere schuldeiser dan de bank, die gegarandeerd is door het Rotterdams Havenbedrijf, die regres heeft op de hele groep die dan enig schuldeiser is, waaraan ik drie assets overdraag… Dan kàn er helemaal geen benadeling van schuldeisers zijn!”

De zaak ‘Golf’ aan het rollen


Doorbelasting

Geplaatst 13 apr. 2013

Het Openbaar Ministerie heeft hier en daar moeite met de doorbelasting en de facturering die in de boekhouding is aangetroffen bij de voormalige bedrijven van Joep van de Nieuwenhuizen. Ook is het haar niet altijd gelukt demetadata van digitaal opgestelde documenten op de juiste wijze te interpreteren of toe te passen, waar het gaat om bewerkingen te dateren. Zo bleek afgelopen vrijdag op de vijfde zittingsdag in de zaak ‘Golf’.

De veronderstelling dat interne doorbelasting iets is voor boekhouders, – “Het is toch vestzak broekzak, en meer iets voor de fiscus?” – houdt al jaren geen stand meer. Transfer pricing is voor grote bedrijven van (over)levensbelang.

In grote ondernemingen is het voor de top van organisaties ondoenlijk de gehele operatie tot op de werkvloer aan te sturen. Om die reden zijn veel grote ondernemingen onderverdeeld in divisies, business-units of werkmaatschappijen. Dat zijn dan weer eigen bv’s. En waar deze bedrijfsonderdelen elkaar goederen of diensten leveren, spelen interne doorbelastingen een belangrijke rol. Maak-industrieën passen transfer pricing al decennia toe.

De afgelopen tien tot twintig jaar is het voor financiële instellingen, banken en energiebedrijven noodzaak om verschillende werk- en beheermaatschappijen te hebben. Soms om deze te kunnen verdelen op de meest gunstige fiscale staten.

Over de verschillende interne verreken-systemen in ondernemingen komt doorgaans niet veel naar buiten; het gaat immers vooral om een intern kostensysteem, waar klanten, leveranciers of concurrenten niet snel mee te maken zullen krijgen. Het belang van deze doorbelastingen is voor de balanspositie zeer groot. Fiscaal gezien is de plaats van vestiging voor bepaalde divisies van belang. Denk aan off-shore constructies, en arbeidswetgeving of aanbestedingregels.

Controller

De productie-industrie heeft de interne verrekeningsproblematiek eigenlijk redelijk op orde. Hier zijn CFO’s en controllers al decennia bezig met management accounting. Dit gaat niet altijd op voor bijvoorbeeld banken en verzekeraars. Op de eerste plaats is management accounting daar slechts een paar jaar oud. Deze rijke bedrijfstakken hadden nu eenmaal tot voor kort geen huishoudboekje of kostprijzen nodig. Financiële instellingen zijn steeds meer internationaal gaan werken, en zij hebben bepaalde centrale diensten als ICT, Finance en HR ondergebracht in aparte organisatorische eenheden. Transfer pricing is zowel vanuit bedrijfseconomisch als fiscaal oogpunt  steeds belangrijker. Veel meer dan 10 jaar geleden het geval was, krijgen bedrijven te maken met doorbelasting.

Bijna tien jaar geleden begon een onderzoek naar onrechtmatigheden bij het Rotterdams Havenbedrijf en verschillende bedrijven die door Joep van de Nieuwenhuizen werden aangestuurd, kort na het Havenschandaal naar aanleiding van de door Willem Scholten verschafte (nietige) bankgaranties.

Smiley

Vandaag werd de controller van de holding door het OM aan de tand gevoeld. Deze leek hem even voor een administratie-klerk te houden, en vroeg hem naar een aantal handgenummerde facturen. Volgnummer 016 kwam driemaal voor. De controller was er om rapporten over de balanspositie op te stellen. Om analyses te maken. Niet om facturen te schrijven of te nummeren.

Voor facturen die dateren van halverwege het boekjaar is 016 overigens geen groot getal, dus kennelijk hebben we te maken met een afdeling die niet massaal factureerde. Doorgaans is het dan gebruikelijk dat nummering handmatig gebeurt. Soms bel je even naar de administratie om te vragen welke factuurnummers nog beschikbaar zijn. Abusievelijk is hier het volgnummer niet ververst. Kom je later pas achter. Kwestie van even doorhalen, en een ander nummer ernaast schrijven. Is ook gebeurd. Door de controller, want die had hem geparagrafeerd. Hij had er ook een smiley naast getekend. Zeer verdacht vond het OM. Het lachte ook brutaal naar je. Ook naar de FIOD-ECD in de data-room. En naar de scanners en kopieermachines in Heerlen, waar de meer dan 180.000 documenten zijn gecategoriseerd, gedigitaliseerd en genummerd. Ging ook niet altijd goed. Kom je later pas achter. Sommige documenten hebben helemaal geen dossiernummer.

Aan beide zijden van de rechtszaal zijn speciaal voor de zaak ‘Golf’ twee enorme monitors van wel 50 inch opgehangen aan beweegbare armen. Daar wordt door de tientallen mappen gebladerd, tegelijk met de zeven andere schermen en acht laptops. De data komt uit een professionele server in de hoek van de zaal. De behuizing meet zo groot als twee flinke koelkasten. De 50 inch monitors tonen de documenten. Het is een piepkleine smiley. Hij knipoogt.

Metadata

Het gaat in kwestie om facturen die inderdaad te maken hebben met de interne doorbelasting, want er zat een factuur bij van meer dan elf miljoen aan een zuster- of dochteronderneming. Ook heeft Wilton Fijenoord Holding in het boekjaar waarin niets of nauwelijks meer gebeurde (enkele dochterondernemingen waren toen reeds gefailleerd) een flinke verliespost aan de fiscus opgevoerd. Dertig, veertig, of wel vijftig miljoen. Het OM zit met een raadsel. Joep niet. Die bespeurt liquidatie-verliezen.

Als een onderneming waar je nog voor dertig miljoen mee hebt te verrekenen failleert, heb je recht op compensatie. Ook als je dat pas twintig jaar later besluit af te boeken. Doet de fiscus ook. De fiscus houdt rekenschap met doorgezakte assets en afwaarderingen. Joep ook. Agiostortingen, herwaarderingsreserves, noem maar op. Vertel hèm wat. De aanklager zwijgt.

Terug naar de factuurnummers dan maar. Dan is er nog de kwestie van de metadata. Die is nog niet opgehelderd, volgens de verdediging. Het OM beweert dat in het onderzoek de metadata van bepaalde overeenkomsten en ook de bestreden facturen laten zien dat deze digitale documenten later zijn afgedrukt (of bewerkt, gekopieerd, verplaatst) dan de datum op de akte beweert. Sommige documenten bleken op de seconde nauwkeurig gelijktijdig opgesteld èn afgedrukt. Zelfs geantedateerd. Nu is het zo dat zelfs voor de slimste toetsenridders die ons kleine landje rijk is, het onmogelijk is om het tijdstip van oorspronkelijke opstelling aan te wijzen.

Toch is er ìets mee gebeurd, stelt het OM. Het NFI beweert dat het wel dingen kan suggereren. Is op zijn minst verdacht. De controller vindt het eerder verdacht dat documenten die in het dossier als ‘digitaal’ worden aangemerkt, worden gerefereerd aan afgedrukte versies. Bovendien zijn er afzendergegevens aan toegevoegd met Joep als directeur van Wilton Fijenoord. Ten tijde van deze documenten was Joep tenslotte nog helemaal geen directeur bij deze holding. En een papieren document kan helemaal geen metadata bevatten.

Bewijskracht

Voorheen kon men allerlei belangrijke aktes en overeenkomsten (zo u wilt zelfs facturen) waarbij de bewijskracht van datering nog weleens problemen zou kunnen geven (bij bijvoorbeeld schuldeisers, derden of fiscus), laten inschrijven in het belastingregister. De inhoud werd niet opgeslagen, maar wel de omschrijving en de datum. Dat kan nu niet meer. Daartegenover is het sinds 1 januari dit jaar (Belastingplan 2013) wel verplicht om alle rechtshandelingen omtrent verpanding, overdracht of bezwaring van bodemzaken te melden bij de belasting. Zo blijft zij op de hoogte van de staat en omvang van de bodemzaken waar zij beslag op kan leggen in geval van grote belastingschulden.

Louis

Dat brengt ons op het aspect benadeling van schuldeisers. Joep zou aan de vooravond van faillissement tientallen miljoenen aan activa van verschillende bv’s middels akten van cessie onverplicht hebben overgedragen aan weer andere beheermaatschappijen die hem toebehoorden. Het merkwaardige is dat slechts in het faillissementsrapport van Wilton Fijenoord Holding onder het hoofdstuk ‘Pauliana’ een korte vermelding wordt gegeven. ‘In onderzoek’. In het faillissementsrapport van Special Products doet curator Deterink het af met ‘n.v.t.’.

Toch had Deterink wel degelijk een renvooiprocedure lopen met betrekking tot de vernietiging van overdracht van het bedrijfsonderdeel ‘Fennek’. Niet onbelangrijk leesvoer voor de schuldeisers. Volgens het OM verklaarde Deterink tijdens verhoor bij de rechter-commissaris “Geen goed gevoel” te hebben bij de administratie van SP. Waar hij de vinger op kon leggen, was niet duidelijk.

Opmerkelijker was het dat vandaag de naam van curator Louis Deterink viel in een toelichting van Joep. Door het OM wordt Joep als ‘feitelijk’ bestuurder van SP aangemerkt, terwijl hij formeel geen positie had bij SP. Toch is Joep nooit gehoord door de curator of rechter-commissaris. Met de werkelijk financieel bestuurder van SP was het verhoor in vijf minuten afgedaan. Joep bekent uit eigen beweging dat ‘Louis’ een goede privé-bekende was, (tennisclub) en bovendien veel te druk met afhandeling van het faillissement Lg Philips destijds. Ook missen er stukken uit het strafdossier. Liggen nog bij Deterink. Ook in de renvooiprocedure was er gesteggel over de aanlevering van producties (documenten).

Men zou denken dat in geval van slordigheid of persoonlijke betrokkenheid van curator en gefailleerde een belanghebbende beroep zou doen op art. 73 van de Faillissementswet; ontslag en vervanging van de curator. Zeker wanneer het om zoveel en zulke grote belangen gaat. Met banken als schuldeiser, lees; heel veel dure juristen. Helaas was Joep geen formeel bestuurder bij SP. En Justitie heeft art. 73 Fw niet tot haar beschikking.

Middelen

Dit brengt ons bij de beschikbare middelen ter bestrijding van faillissementsfraude. Een gemiddeld rechter-commissaris heeft maar vijf minuten om het faillissementsverslag te lezen, en daarmee dus de afwikkeling van het onderzoek te volgen. In het arrondissement Den Haag wordt het gemiddelde van geslaagde faillissementsfraude-zaken driftig omhoog gehaald door uitsluitend op faillissementen te duiken waar de administratie ontbreekt. Een makkie. Artikel 2:9 juncto 2:10 BW en 2:248 BW.

Als ergens in de drie jaar voorafgaand aan het faillissement de administratie mankeert, is de bestuurder of hij die het beleid bepaalt, persoonlijk aansprakelijk voor het tekort. Ook de Ontvanger heeft dit soort middelen tot zijn beschikking in de Wet Bestuurdersaansprakelijkheid bij Faillissement, maar ook middels de Invorderingswet 1990.

In dit geval is er voldoende administratie. Meer dan 180.000 documenten. Ook lijkt er voldoende bate in de boedels aanwezig om curatoren in hun salaris te voorzien, in geval zij meer geld nodig hebben om fraude of Pauliana (benadeling in de verhaalsmogelijkheden voor schuldeisers) nader te onderzoeken. Mocht dat niet het geval zijn, kan de curator (2:138 tiende lid) de Minister van Justitie verzoeken om een voorschot.

Met tientallen miljoenen die onttrokken zouden zijn, lijkt het belang hier groot genoeg. De gemiddelde leek heeft geen idee hoeveel juridische middelen de curator tot zijn beschikking staan om faillissementsfraude aan te pakken. Men zou zich sterk af vragen of de aanklager dat ook weet. Vermogensrechtelijk bezit de curator (en de belastinginspecteur) meer bevoegdheden dan het OM. En bovendien meer kennis van zaken. Wat doet het OM dan hier?

Joep weet het. Joep weet alles van de wet.

De Haven-processen


Joep van den Nieuwenhuizen en Willem Scholten bij Hanneke Groenteman

Geplaatst 1 feb. 2013 00:12 door Sebastiaan van Wijk   [ 14 apr. 2013 14:50 bijgewerkt ]

De Haven-processen

De omstreden legal opinions in het Havenschandaal, die dienden tot vaststelling van bevoegdheden aan individuele bestuurders om bankgaranties te verstrekken, (waarvoor Jacob Cornegoor, partner bij Spigt Litigations, voor het gerechtshof in Den Haag moet verschijnen) hebben verscheidene investeringsbanken in deze zaak destijds ter harte genomen, zo blijkt uit aangevoerde documenten uit het vooronderzoek van het OM. Het kantoor (voorheen Spigthoff advocaten) dat deze opinions opstelde had zowel de wederpartij, als ook belanghebbenden als cliënt. Alleen Staal Bankiers sloeg deze litigieuze adviezen in de wind. Waar de meeste banken hun beste mensen zetten op het toetsen van complexe producten en hoe ze te verkopen, zette Staal zijn mensen aan de achterdeur en controleerde recommandaties van commerciële juristen.

Tweede zittingsdag

Commerzbank, maar ook Rabobank en Barclays hebben op basis van dergelijke documenten vertrouwd op de bevoegdheid van bestuurders om zelfstandig garanties af te geven en leningen verstrekt (een kleine 107 miljoen) aan bedrijven van onder meer Joep van de Nieuwenhuizen. Dit blijkt uit een dikke stapel bewijsstukken die deze donderdag ter zitting zijn aangehaald in de inmiddels derde zittingsdag van dit proces in tweede instantie.

Onder de stoffige documenten uit het strafdossier (na acht jaar worden ze zelfs op de harde schijf stoffig) dook een brief op die al meer dan een decennium geleden verstuurd was door Staal Bankiers, naar aanleiding van een legal opinion en een ‘certificate’ ten behoeve van een lening aan SS Rotterdam bv (destijds een project van Joep van de Nieuwenhuizen en Willem Scholten) van zo’n twaalf miljoen gulden.

Staal Bankiers kende als enige geen waarde toe aan een opinion die afkomstig was van de huisadvocaat van de aanvrager, die bovendien klakkeloos was gebaseerd op het aangehechte ‘certificate‘ dat door dezelfde opstellers was ondertekend.

Circulariteit

Het certificate dat bij een opinion hoort, vertegenwoordigt het standpunt van de bestuurder die de garantie geeft in een dergelijke transactie (in casu Willem Scholten). Zonder dit document heeft de legal opinion geen waarde en andersom, zo stelde de verdachte samengevat.  “Is zoiets dan eigenlijk geen circulariteit?” vroeg een lid van het hof zich af, “…en moet de juistheid van het certificate dan niet nader juridisch onderzocht worden?”  Cornegoor antwoordde op de vraag welk van de twee documenten nu het ander bevestigt; “De opinie vertrouwt op de inhoud van het certificate.” Een aantal vragen en documenten verder, vervolgt hij; “Slechts als Scholten het certificate niet zou willen ondertekenen, is er pas aanleiding tot nader juridisch onderzoek.” In de oren van juristen een logische fout.

Artikel 25 onder L

In eerdere opinions (er zijn vier versies van in het Havenschandaal) kwam in de eerste aanleg (vrijspraak) al naar voren dat in het document voorbij was gegaan aan artikel 25 onder L van de statuten van het Rotterdams Havenbedrijf. Dit artikel stelt dat als het Havenbedrijf grote financiële verplichtingen aangaat, de toestemming van de Raad van Commissarissen is vereist. “Merkwaardig genoeg wordt er in tegenstelling tot letter L uitvoerig uitgeweid over artikel 25 onder B, onder C en zelfs E, die totaal irrelevant zijn in dit verband, dus u heeft er blijkbaar serieus naar gekeken.”

Bovendien blijft het bij de laatste versies van genoemde documenten nog steeds volstrekt onduidelijk wie de verschillende opdrachten tot het opstellen van de legal opinions heeft gegeven, en zelfs met welk oogmerk. Op deze vragen antwoordde Cornegoor dat er bij opinies en garanties helemaal geen sprake is van een cliënt, en dat hij daar ook geen belang bij had. Wat het oogmerk was van de opdrachtgever speelde geen rol. “Het was druk in die periode, met de Aandelenlease-affaire en de Barclays-transactie.” De opinie van 23 februari 2004 werd nog na middernacht verstuurd. Dat was een zondagnacht.

Gewetensconflict

De Advocaat Generaal pakt uit in haar Hoger Beroep. De eerste getuige die zij heeft opgeroepen voor verhoor is Joep van de Nieuwenhuizen, ten behoeve van wie Willem Scholten als CEO van het Havenbedrijf een decennium geleden garanties verstrekte na een misgelopen claim op de ‘duikboottechnologie’ van RDM. De Staat verhinderde een deal met Taiwan.

Joep oogt opgewekt, en is in zijn eeuwige glimlach misschien eenzaam, maar nog niet verloren. De voorzitster van deze kamer (raadsheer) lijkt in haar uitspraak en voorkomen sterk op Hanneke Groenteman. Ze stelt hem op dezelfde wijze direct gerust en wil graag de diepere betekenis van zijn standpunt weten. Er volgt een heel praatprogramma over dingen als de verhoren bij de rechter-commissaris en dergelijke.

Omdat ze last van griep heeft, wordt Hanneke een beetje langdradig. Zelf is Joep verdachte in een aanverwante straf-zaak die begin april zal starten, dus kan hij zich met succes beroepen op het verschoningsrecht conform 219 Sv.

De volgende getuige liet even op zich wachten, en is Willem Scholten zelf. Ook Willem is verdachte in zijn eigen straf-zaak. Hij wil wel verklaring afleggen aan dit hof, maar alleen nadat alle getuigenverhoren in zijn eigen zaak zijn afgenomen, en alleen in zijn eigen proces. Bovendien heeft de bank nog nergens verklaard af te zullen zien van civiele procedures. Willem is niet gek. Hij is zelf ook jurist. Ook verschoningsrecht 219 Sv.

Paraplu

De Advocate-Generaal verzoekt het hof de zaak nog drie maanden aan te houden, tot tenminste na de afronding van het vooronderzoek in de zaak Nieuwenhuijzen. Die verklaringen kan zij goed gebruiken nu beide getuigen besluiten te zwijgen. Ze krijgt het niet gemakkelijk, want Jacob Cornegoor wil best antwoord geven op haar vragen, maar zij mag hem niet in conflict brengen met zijn zwijgplicht en geweten ten aanzien van de cliënten. Zowel processueel, als beroepsmatig. En dat wordt lastig, want zowel Joep als Willem zijn met diverse vennootschappen juridisch jarenlang bijgestaan door Cornegoor. Dat resulteert dus in zwijgrecht hier, en zwijgplicht daar. En in een constellatie als deze heeft zoiets een paraplu-werking, zo stellen de advocaten van Cornegoor. Nog eens aanhouden voor drie maanden, en dan is er nog het recht op berechting binnen redelijke termijn.

De verdediging leek nu en dan stekelig, maar desondanks deed Jacob Cornegoor zijn uiterste best om zowel de Advocaat-Generaal als het Hof inzage te geven in de keuken van een business-advocaat. Een druk restaurant waar de slager zij eigen vlees keurt.

Of de getroffen banken in geval van een veroordeling nog een civiele procedure zullen starten om verhaal te kunnen halen, is maar de vraag. In welke mate is het deficit hun zelf toe te rekenen? Het is inmiddels algemene kennis dat banken zeer  graag geld verkopen, en daarbij zelfs kredietnemers tot valsheid in geschrifte bewegen om protocollen te forceren. Niet alleen de omstreden huurcontracten van Eurocommerce geven hier blijk van, maar ook recente jurisprudentie zoals de uitspraak in BY4476

De eerste zittingsdag voor het proces Van Nieuwenhuizen staat voorlopig gepland voor vier april.